AS

JAK–remmer upadacitinib verbetert de kwaliteit van leven bij patiënten met AS

Ankyloserende spondylitis (AS) is een chronische, progressieve en ernstig beperkende ziekte. Uit onderzoek blijkt dat AS patiënten lang rond blijven lopen met aanhoudende klachten zoals pijn, stijfheid en vermoeidheid zonder vastgestelde diagnose. Na diagnose zijn de behandelopties beperkter in vergelijking met andere reumatische ziekten zoals bijvoorbeeld reumatoïde artritis. Upadacitinib is de eerste eenmaal daagse orale JAK-remmer voor volwassen patiënten met actieve AS. De JAK-remmer upadacitinib laat in de SELECT-AXIS I, een fase II/III studie, gunstige resultaten zien bij patiënten met AS.

Ankyloserende spondylitis (AS), ook wel de ziekte van Bechterew genoemd, behoort tot de groep spondyloartritis (SpA). Deze reumatische ziekten worden gekenmerkt door ontsteking van de wervelkolom en sacro-iliacale gewrichten (SI-gewrichten). AS is de meest bekende vorm van SpA en komt voor bij 0,2 – 1,2% van de wereldbevolking.¹ De ziekte ontwikkelt zich meestal tussen het twintigste en dertigste levensjaar, maar wordt vaak pas veel later ontdekt. De gemiddelde vertraging in diagnose is bij Europese patiënten ongeveer zeven jaar.²

Vertraging in de diagnose

In 2003 deden 1080 patiënten uit Duitsland en Oostenrijk mee aan een onderzoek naar vertraging in de diagnose van hun ziekte. Via vragenlijsten werd in beeld gebracht wanneer de eerste symptomen optraden en hoe lang het duurde voordat de diagnose AS gesteld werd. De gemiddelde vertraging bij het diagnosticeren van AS was in deze studie 8,5 jaar.³

Daarbij was er wel een verschil tussen HLA-B27 positieve patiënten (n=853) en HLA-B27 negatieve patiënten (n=92). Bij HLA-B27 positieve patiënten was de gemiddelde leeftijd bij het optreden van de eerste symptomen 24,8 jaar, de gemiddelde leeftijd bij diagnose 33,2 jaar en de gemiddelde vertraging in diagnose 8,5 jaar. Bij HLA-B27 negatieve patiënten was de gemiddelde leeftijd bij het optreden van de eerste symptomen 27,7 jaar, de gemiddelde leeftijd bij diagnose 39,1 jaar en de gemiddelde vertraging in diagnose 11,4 jaar. De gemiddelde vertraging tussen het ontstaan van de eerste symptomen en het stellen van de diagnose in diagnose is significant langer bij HLA-B27 negatieve patiënten dan bij HLA-B27 positieve patiënten.³

Ziektebeleving bij patiënten met AS

Een vertraging in de diagnose heeft nadelige effecten voor patiënten. Hoe langer het duurt voordat de diagnose gesteld wordt, hoe verder de ziekte zich kan ontwikkelen en hoe meer schade er kan ontstaat aan bijvoorbeeld de wervelkolom of de heupen. Dit leidt tot een slechtere kwaliteit van leven voor AS-patiënten. In 2017 en 2018 is in verschillende Europese landen, waaronder Nederland, onderzoek gedaan naar de ziektebeleving van patiënten met AS. Bijna 3.000 patiënten namen deel aan de studie. De gemiddelde BASDAI-score was 5,5 ± 2,0.² Daarnaast werd patiënten gevraagd naar persoonlijke ervaringen met betrekking tot bijvoorbeeld werk, dagelijkse activiteiten, psychologische gezondheid en behandeldoelen. Bijna de helft van de patiënten gaf aan dat de ziekte invloed heeft op beroepskeuze. Bijna driekwart rapporteerde dat het vinden van werk bemoeilijkt wordt door de ziekte. Ruim driekwart van de patiënten gaf aan matige tot ernstige rugpijn en/of stijfheid te ervaren gedurende de dag. Dit leidt tot beperkingen bij het uitvoeren van dagelijkse activiteiten zoals opstaan, aankleden en schoonmaken. Bij ruim 60% van de patiënten leiden de klachten tot psychologische problemen zoals angst of depressie. Patiënten gaven bijvoorbeeld aan bang te zijn voor progressie van de ziekte, pijn en verlies van mobiliteit. Patiënten hopen op een effectieve behandeling, progressie van de ziekte te stoppen en pijnvrij te zijn. Echter, een derde van de patiënten gaf aan niet met hun behandelaar in gesprek te zijn over hun persoonlijke behandeldoelen.²

Conventionele AS-behandelingen zoals NSAIDs of csDMARDs hebben een beperkt effect op ontstekingen in de wervelkolom en sacroiliitis.¹ Geavanceerde therapieën zoals de recent goedgekeurde JAK remmmer upadacitinib kunnen een belangrijke rol spelen in het remmen van de progressie van AS.

Effectiviteit van upadacitinib bij AS

In de SELECT AXIS-1 studie is onderzoek gedaan naar de effectiviteit van JAK-remmer upadacitinib bij patiënten met AS.⁴ In deze gerandomiseerde, dubbelblinde placebo-gecontroleerde fase II/III studie kregen 93 patiënten dagelijks een dosis van 15 mg upadacitinib en 94 patiënten placebo. Het primaire eindpunt was de ASAS40 respons in week 14. Deze werd behaald als er tenminste 40% verbetering optrad ten opzichte van baseline en als er een absolute verbetering was van minstens twee punten (op een schaal van 0 – 10) in drie van de vier domeinen, zonder verslechtering in het vierde domein: patiënt gerapporteerde globale ziekteactiviteit, patiënt gerapporteerde rugpijn, functionele AS index (BASFI) en inflammatie (gebaseerd op de BASDAI vragen over ernst en duur van ochtendstijfheid). Significant meer patiënten in de upadacitinib groep dan in de placebo groep bereikten ASAS40 respons (52% versus 26%).⁴

Bovendien was er sprake van een snelle respons. Al in week 2 werden er significante* verschillen gezien in de ASAS40 respons en in de domeinen patiënt gerapporteerde globale ziekteactiviteit en patiënt gerapporteerde rugpijn. Deze effecten hielden aan tot tenminste week 14. De verbeteringen werden verder ondersteund door een significante afname van actieve inflammatie, zichtbaar op MRI van zowel de wervelkolom als de SI-gewrichten.⁴ Bijwerkingen werden gerapporteerd bij 62% van de patiënten in de upadacitinib groep en 55% van de patiënten in de placebogroep. De meest voorkomende bijwerking in de upadacitinib groep was een stijging van het creatine fosfokinase. Er werden geen ernstige infecties, maligniteiten, veneus trombo-embolische events of overlijdens gerapporteerd.⁴

Na 14 weken konden zowel patiënten uit de upadacitinib groep als patiënten uit de controlegroep behandeling met de JAK-remmer voortzetten. 160 patiënten bleven upadacitinib nog een jaar lang gebruiken. ASAS40  op week 64 werd behaald bij 72% van de patiënten behandeld met upadacitinib en bij 70% van de patiënten overgezet van placebo naar upadacitinib op week 14. De meest voorkomende bijwerkingen waren nasopharyngitis, stijging van creatinine fosfokinase en bovenste luchtweginfecties.⁵

 

Upadacitinib als behandeloptie bij AS

Om de kwaliteit van leven van AS patiënten te waarborgen en te optimaliseren is therapeutische interventie noodzakelijk om zo de symptomen van het ziektebeeld, de structurele gewrichtsschade en het behoud van fysiek functioneren te behouden. Om dit te bewerkstelligen zou aanhoudende inactieve ziekte of lage ziekte activiteit als behandeldoel gesteld en nagestreeft moeten worden. De SELECT-AXIS 1 studie toonde aan dat upadacitinib bij een aanzienlijk deel van de patiënten met AS, welke niet reageren op of intolerant zijn voor NSAID’s of waarbij het gebruik hiervan gecontra-indiceerd is, resulteerde in een snelle en consistente significante respons vergeleken met placebo op verschillende eindpunten (ziekteactiviteit, functioneren en onsteking zoals te zien was op de MRI). Upadacitinib werd goed verdragen.

Upadacitinib zou daarom een goede behandeloptie kunnen zijn voor volwassen patiënten met actieve AS die onvoldoende reageren op conventionele behandelingen.

Upadacitinib is geïndiceerd voor de behandeling van matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis, actieve artritis psoriatica bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op een of meer disease-modifying antirheumatic drugs (DMARD's) of die niet kunnen verdragen. Upadacitinib is tevens geïndiceerd voor de behandeling van actieve spondylitis ankylopoetica bij volwassen patiënten die onvoldoende hebben gereageerd op conventionele behandeling. Upadacitinib kan bij reumatoïde artritis en artitis psoriatica worden gebruikt als monotherapie of in combinatie met methotrexaat.⁹

Het veiligheidsprofiel in de SELECT-AXIS I studie komt overeen met het veiligheidsprofiel van upadacitinib dat is waargenomen bij studies in RA- en PSA-patiënten, waarbij het gebruik van upadacitinib ook significant betere klinische responsen vertoonde ten opzichte van adalimumab en placebo.⁴⁻⁶⁻⁷ Een verhoogde incidentie van herpes zoster en een stijging van CPK komen bij gebruik van upadacitinib vaker voor dan bij gebruik van placebo of adalimumab ⁴⁻⁶ . Bij RA zien we dat de incidentie van adverse events op lange termijn vergelijkbaar is met MTX en adalimumab, met uitzondering van de incidentie van herpes zoster en CPK-verhoging.⁸

 

Klik hier voor meer informatie over upadacitinib en het studieprogramma >

 

* niet op multipliciteit gecontroleerd.

Referenties:

1. Dincer U, Cakar E, Kiralp MZ, et al. Diagnosis delay in patients with ankylosing spondylitis: possible reasons and proposals for new diagnostic criteria. Clin Rheumatol. 2008;27(4):457-62.

2. Garrido-Cumbrera M, Poddubnyy D, Gossec L, et al. The European Map of Axial Spondyloarthritis: Capturing the Patient Perspective—an Analysis of 2846 Patients Across 13 Countries. Curr Rheumatol Rep. 2019;21(5):19.

3. Feldtkeller E, Khan MA, Van der Heijde D, et al. Age at disease onset and diagnosis delay in HLA-B27 negative vs. positive patients with ankylosing spondylitis. Rheumatol Int. 2003;23(2):61-6.

4. Van der Heijde D, Song IH, Pangan AL, et al. Efficacy and safety of upadacitinib in patients with active ankylosing spondylitis (SELECT-AXIS 1): a multicentre, randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 2/3 trial. Lancet. 2019;394(10214):2108-2117.

5. Deodhar A, Van der Heijde D, Sieper J, et al. Upadacitinib in active ankylosing spondylitis: 1-year results from the double-blind, placebo-controlled SELECT-AXIS 1 study and open-label extension. Arthritis Rheumatol. 2021.

6. McInnes IB, Anderson JK, Magrey M, et al. Trial of upadacitinib and adalimumab for psoriatic arthritis. N Engl J Med. 2021;384:1227-1239

7. Fleischmann RM, Genovese MC, Enejosa JV, et al. Safety and effectiveness of upadacitinib or adalimumab plus methotrexate in patients with rheumatoid arthritis over 48 weeks with switch to alternate therapy in patients with insufficient response. Ann Rheum Dis. 2019; 78:454-1462

8. Conaghan PG, Mysler E, Tanaka Y, et al. Upadacitinib in rheumatoid arthritis: A benefit-risk assessment across a phase III program. Drug Saf. 2021;44:515-530.

9. Rinvoq Summary of Product Characteristics, AbbVie Deutschland GmbH & co,KG (www.productinformatie.abbvie.nl).

NL-RNQ-220008